David Willem Vischjager

David was een baby van nog maar drie maanden toen hij in 1943 uit de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg naar Friesland werd gesmokkeld. Zijn moeder dook eerder met hem onder bij haar broer Hartog in Amsterdam en daarna bij het echtpaar Sam en Ant Breyer. Daar waren nog meer Joodse onderduikers en omdat David te veel huilde, moest hij daar weg. Hartog bracht hem naar de crèche en de verzetsgroep onder leiding van Iet van Dijk smokkelde hem naar Sneek. Via dokter Gerritsma werd David liefdevol opgenomen door de zorgzame familie Boot. Jelte Boot was gemeentewerker en hij en zijn vrouw Hotske hadden al drie oudere kinderen. Ze gaven David de naam Ids Boot. “Ik was een echte Sneker jongen”, zou Ids Boot vaak zeggen.

Na de oorlog bleef onduidelijk wie David echt was. In het Nieuw Israëlitisch Weekblad stond een oproep: wie kende dit jochie met een moedervlek?

Ids’ moeder overleefde de oorlog, hertrouwde en na overleg tussen haar en zijn pleegouders werd besloten dat hij het beste in zijn vertrouwde omgeving kon blijven. Toen hij volwassen werd, liet Ids zijn achternaam officieel veranderen in Boot. Later vond hij het toch wel jammer dat hij niet de naam van zijn “vroegere vader” had.

Rond zijn veertigste kreeg hij nachtmerries en zocht hij hulp bij het Joods Maatschappelijk werk. In de jaren negentig van de vorige eeuw ontmoette hij andere Joodse onderduikkinderen op een congres in Amsterdam. Ids Boot werd zich toen meer en meer bewust van zijn Joodse identiteit. Hij werd zelfbewuster en kwam meer voor zichzelf op. Ids Boot overleed in 2004 aan de gevolgen van kanker.

‹ Ga terug...